POSITION PAPER WATER

Oktober 2015

Stichting Groene Hart pleit voor:

  1.  Een robuust en duurzaam watersysteem in het Groene Hart. Dat houdt in
    • grootschalige waterberging in combinatie met natuur en recreatie,
    • kleinschalige waterberging door verbrede sloten,
    • grotere peilvakken,
    • flexibel peilbeheer,
    • tegengaan negatieve effecten diepe droogmakerijen.
  2. Tegengaan van bodemdaling in het veenweidegebied door het peilbeheer hierop af te stemmen. In grote delen van het veenweidegebied kan dit (onder andere door innovatieve technieken als onderwaterdrainage en de toepassing van Topsurf) met behoud van een duurzaam perspectief voor de landbouw. Functiecombinaties kunnen een belangrijke rol spelen bij het behoud van een duurzame landbouwen èn een duurzaam watersysteem in het Groene Hart.
  3. Realiseren van een robuuste ecologische verbinding voor (natte) natuur in de laagst gelegen zone van het Groene Hart. Hier kan de voor het gebied noodzakelijke (grootschalige) waterberging worden geconcentreerd. Ook creëert een dergelijk ecologisch lint mogelijkheden voor recreatie en daarmee voor meer bekendheid en verbondenheid met het groene hart.
  4. Verbetering van de waterkwaliteit, onder andere door het terugdringen van de inlaat van gebiedsvreemd water, het bevorderen van de migratie van vissen en het aanleggen van natuurvriendelijke oevers.
  5. Duidelijkheid over de lange termijn functietoekenning door de provincies in het Groene Hart in relatie tot een duurzaam waterbeheer. Duidelijkheid over de functietoekenning op lange termijn geeft ook duidelijkheid voor de agrarische ondernemers bij het (verder) ontwikkelen van hun bedrijven.
  6. Het instellen van een stimuleringsregeling voor blauwe diensten in het Groene Hart. Daarbij moet worden gedacht aan opgaven zowel op het gebied van waterkwantiteit (waterberging) als waterkwaliteit (natuurvriendelijke oevers). Essentieel voor een dergelijke regeling is dat langjarige afspraken kunnen worden gemaakt, zodat ook op dit punt agrarische ondernemers hierop kunnen inspelen bij de verdere ontwikkeling van hun bedrijven.
  7. Het aanwijzen van een pilotgebied om de kansen van de rieteconomie (productie biomassa) in de praktijk verder uit te werken. Hiermee kan ook de vernatte gebieden mogelijk een duurzaam economisch perspectief worden geboden. Voor de verwerking van riet als biomassa kan ook aansluiting worden gezocht bij het initiatief van de waterschappen in het Groene Hart voor het omvormen van zuiveringsinstallaties naar energiefabrieken.
  8. Het expliciet opnemen van het onderwerp water in de ruimtelijke plannen van provincies en gemeenten, zodanig dat de (sturende) rol van water bij inrichting en gebruik zichtbaar wordt gemaakt en concreet wordt uitgewerkt.
  9. Afstemming van de inrichting en de bestemming van het landelijk gebeid in het Groene Hart op de door bodemdaling voortschrijdende verzilting. Dit kan zijn door de aanvoer van zoet water te garanderen, of door de introductie van zoutminnende gewassen.
  10.  Het zichtbaar maken van de baten van een duurzaam en schoon watersysteem. Naast hogere prijzen voor onroerend goed zijn ook de toenemende mogelijkheden voor recreatie voorbeelden van baten. Deze kunnen bewust worden gecreëerd door het realiseren van de wateropgaven te combineren met mogelijkheden voor recreatie.