Epiloog – Veranderen om het Groene Hart te behouden

      Reacties uitgeschakeld voor Epiloog – Veranderen om het Groene Hart te behouden

Hoe de landbouw van het Groene Hart er in 2040 precies uitziet, weten we niet. Misschien is dat na alle toekomstbeelden in deze special wel de belangrijkste conclusie. Er bestaat geen blauwdruk voor het boerenbedrijf van de toekomst en er is ook niet één landbouwmodel dat overal zal passen. Wat we wel weten, is dat niets doen geen optie is. Bodem, water, natuur, klimaat en economie veranderen hoe dan ook. Op sommige plekken zal het waterpeil omhoog gaan. Elders liggen kansen voor extensievere landbouw, natuurbeheer, korte ketens of nieuwe teelten. Sommige bedrijven zullen een andere koers kiezen, andere zullen stoppen. En er zullen nieuwe ondernemers opstaan die landbouw misschien anders organiseren dan we nu gewend zijn. De vraag is daarom niet óf het Groene Hart verandert, maar hoe. En daarmee komen we terug bij de vraag waarmee deze special begon: kan de boer zijn toekomst eigenlijk zelf kiezen?

Boer en landschap opnieuw verbinden
Juist daarin ligt misschien de belangrijkste les uit de geschiedenis van het Groene Hart. Het landschap dat we nu zo karakteristiek vinden, is zelf het resultaat van eeuwen van verandering. Boeren hebben het land ontgonnen, ingericht en beheerd. Nieuwe technieken, veranderende markten, ruilverkaveling en overheidsbeleid hebben vervolgens steeds opnieuw bepaald hoe er werd geboerd en hoe het landschap eruitzag. Ook de verandering die nu nodig is, hoeft daarom niet te betekenen dat we moeten kiezen tussen landbouw en landschap. De interessantere vraag is welke landbouw past bij het landschap dat we voor de toekomst willen behouden.
Dat antwoord zal per plek verschillen. Op natte veengrond vraagt het iets anders dan op stevige klei. Dicht bij steden liggen andere kansen dan midden in een open veenweidegebied. Rond natuurgebieden zijn andere combinaties denkbaar dan op plekken waar productie een grotere rol kan blijven spelen. Het Groene Hart van de toekomst wordt daarmee waarschijnlijk niet uniformer, maar juist gevarieerder.

De bouwstenen zijn er al
Veel van wat daarvoor nodig is, hoeft niet meer vanaf nul te worden bedacht. In deze special kwamen boeren voorbij die hun producten rechtstreeks verkopen, natuur beheren of hun bedrijf verbreden. Er wordt geëxperimenteerd met natte teelten en zelfs met rijst. Er wordt onderzocht of heel andere vormen van voedselproductie op het boerenerf mogelijk zijn. Er zijn nieuwe manieren om grond beschikbaar te maken en er wordt gezocht naar verdienmodellen waarin boeren niet alleen voor voedsel, maar ook voor maatschappelijke prestaties worden betaald.
Geen van die voorbeelden vormt op zichzelf hét antwoord voor het Groene Hart. Samen laten ze wel zien dat er veel meer mogelijk is dan alleen doorgaan zoals we gewend waren of stoppen met boeren. De volgende stap is daarom niet nóg meer losse toekomstbeelden bedenken. Het wordt tijd om de bouwstenen die er al zijn met elkaar te verbinden: grond, financiering, kennis, verwerking, afzet, natuurbeheer en langjarige zekerheid. Zodat een goed idee niet bij een pilot blijft, maar kan uitgroeien tot een bedrijf waarmee iemand zijn inkomen verdient.
Het probleem is dus niet dat er te weinig ideeën zijn voor de landbouw van het Groene Hart. Het probleem is dat kansrijke ideeën nog te vaak blijven steken tussen experiment en een bedrijf waarvan een boer werkelijk kan leven.

Een keuze moet wel een echte keuze zijn
Een boer moet ruimte houden om ondernemer te zijn en zijn eigen koers te kiezen. Maar we mogen ook niet doen alsof hij zijn toekomst volledig zelf kan bepalen. Een boer bepaalt niet alleen het waterpeil, de natuurdoelen, de beschikbaarheid en prijs van grond, de regelgeving of de markt voor zijn producten. Overheden, waterschappen, marktpartijen en samenleving bepalen daarmee mede welke keuzes werkelijk beschikbaar zijn.
Dat maakt een belangrijk verschil. Extensiveren is geen reële keuze als daarvoor geen grond beschikbaar is. Natuurbeheer wordt geen volwaardig toekomstpad als de vergoeding na enkele jaren weer kan verdwijnen. Een nieuwe teelt biedt geen perspectief zonder verwerking en afzet. En investeren in een andere bedrijfsvoering wordt moeilijk als niet duidelijk is welke koers overheid en waterschap voor de langere termijn volgen.
Daarom gaat het niet alleen om keuzevrijheid voor de boer, maar om het creëren van reële keuzemogelijkheden. Niet één toekomstbeeld voorschrijven, maar meerdere toekomstpaden daadwerkelijk begaanbaar maken. Met grond, langjarige zekerheid, een markt, financiering en ruimte om te ondernemen.

Niet iedere boer gaat dezelfde toekomst tegemoet
Daarbij moeten we niet doen alsof voor ieder bestaand bedrijf vanzelf een nieuw verdienmodel klaar ligt. De veranderingen zijn daarvoor te groot. Er zullen boeren stoppen. Voor anderen betekent de omslag afscheid nemen van een manier van werken waarin jarenlang is geïnvesteerd en die soms generaties lang binnen een familie is opgebouwd. Dat verdient erkenning. Een transitie wordt niet geloofwaardig door alleen over kansen te spreken.
Tegelijkertijd vraagt verandering om vertrouwen. Veel boeren hebben de afgelopen jaren meegedacht over de toekomst van hun gebied. Als uitkomsten van gebiedsprocessen vervolgens verdwijnen of afspraken opnieuw ter discussie worden gesteld, maakt dat de volgende investering moeilijker. Perspectief vraagt daarom niet alleen om nieuwe mogelijkheden, maar ook om overheden die koers houden en afspraken nakomen.
Maar onzekerheid over de uitkomst is ook geen reden om stil te blijven staan. Juist nu is het belangrijk om perspectieven concreet te maken. Niet alleen door te vertellen wat niet meer kan, maar door zichtbaar te maken wat wél mogelijk wordt en wat daarvoor nodig is. Een ondernemer investeert pas als er voldoende vertrouwen is in grond, regels, financiering en afzet. En een volgende generatie kiest pas voor het boerenbedrijf als daar niet alleen hard gewerkt kan worden, maar ook een behoorlijk inkomen en een aantrekkelijk bestaan tegenover staan.

Van experiment naar economie
Daar ligt misschien wel de grootste opdracht voor de komende jaren. Het Groene Hart heeft niet alleen behoefte aan een landbouwtransitie, maar aan een economische ontwikkelagenda voor de landbouw. Een agenda die kansrijke vormen van landbouw niet alleen onderzoekt, maar helpt uitgroeien tot volwassen bedrijven en ketens. Dat betekent dat bij ieder toekomstbeeld uiteindelijk dezelfde vragen moeten worden gesteld. Wie koopt het product? Wie verwerkt het? Welke grond is nodig? Wie financiert de investering? Welke maatschappelijke prestaties worden betaald? En kan het bedrijf ook bestaan wanneer een tijdelijke subsidie ophoudt? De €123 miljoen die beschikbaar komt voor Groene Hart Plus biedt een kans om daarin stappen te zetten. Maar uiteindelijk zal de verandering niet uit één subsidieprogramma komen. Daarvoor zijn langdurige samenwerking, investeringen en vooral duidelijke keuzes nodig. Zo’n economische ontwikkelagenda is daarmee geen nieuw plan naast alle bestaande plannen. Het is juist de manier om de mogelijkheden uit deze special om te zetten in werkelijke keuzes voor boeren. Door boeren, overheden, waterschappen, ketenpartijen, grondeigenaren, financiers, natuurorganisaties en kennisinstellingen rond concrete kansen bij elkaar te brengen. Waar kan een toekomstpad werkelijk worden opgeschaald? Welke grond is daarvoor nodig? Welke belemmeringen moeten worden weggenomen? Wie investeert in verwerking en afzet? En welke maatschappelijke prestaties vragen om langjarige betaling? Stichting Groene Hart wil daar graag samen met partijen in het gebied aan verder werken.

Het Groene Hart van 2040
Misschien ziet het Groene Hart er in 2040 daardoor op sommige plekken anders uit dan nu. Natter. Natuurrijker. Met minder bedrijven in sommige gebieden en nieuwe vormen van landbouw in andere. Met boeren die voedselproductie combineren met natuurbeheer, waterbeheer of nieuwe teelten. En met bedrijven die we vandaag misschien nog nauwelijks als toekomstbeeld herkennen. Dat hoeft geen verlies van het Groene Hart te betekenen.
Vasthouden aan precies wat er nu is, biedt uiteindelijk geen garantie dat we behouden wat we waardevol vinden. De geschiedenis van het gebied laat juist zien dat landbouw en landschap steeds opnieuw zijn veranderd. De uitdaging is om die verandering deze keer bewust vorm te geven. De ideeën zijn er. De eerste ervaringen ook. Er is kennis, ondernemerschap en er komt geld beschikbaar om stappen te zetten. De opdracht is nu om van mogelijkheden echte keuzes te maken. Niet door voor iedere boer te bepalen hoe zijn bedrijf eruit moet zien, maar door ervoor te zorgen dat er toekomstpaden zijn die ecologisch houdbaar, economisch levensvatbaar én voor boeren aantrekkelijk zijn.
Dan krijgt ook de uitspraak dat ‘de boer zelf zijn toekomstperspectief kiest’ werkelijk betekenis. Zodat het Groene Hart verandert, maar iets wezenlijks behouden blijft: een levend landschap waarin natuur, water en landbouw met elkaar verbonden zijn en waarin ook een volgende generatie met overtuiging kan zeggen: hier wil ik boer zijn.

Foto/tekening: © AOV – Epiloog