Van landbouwprobleem naar landbouwoplossing

      Reacties uitgeschakeld voor Van landbouwprobleem naar landbouwoplossing

De landbouw staat voor een grote verduurzamingsopgave. Maar hoe zorgen we ervoor dat het gesprek niet blijft hangen in problemen en beperkingen? In wat niet meer mag of nog niet haalbaar is? Binnen Fieldlab Groene Hart brengen we de energie van denkers en doeners samen om de toekomst in de praktijk te brengen en zo te laten zien hoe het anders en beter kan.
De landbouw moet verduurzamen. Emissies van stikstof en broeikasgassen moeten omlaag, het gebruik van fossiele grondstoffen en chemie moet verminderen en tegelijkertijd moeten boeren een toekomstperspectief houden. Die opgave staat niet ter discussie. De vraag is vooral hoe we die verandering vormgeven. Daarbij mag de focus nog wel wat meer verschuiven van crisis en probleem naar transitie en oplossing. Niet: wat kan er niet meer of wat is er nog niet haalbaar? Maar: welke oplossingen werken in de praktijk en onder welke voorwaarden?

Wetenschap en praktijk bij elkaar brengen
In het landbouwdebat lopen inzichten en overtuigingen regelmatig door elkaar. Juist daarom is de samenwerking tussen wetenschap en praktijk belangrijk. In het Fieldlab brengen we de laatste wetenschappelijke kennis en inzichten bij elkaar om scherp te krijgen welke maatregelen elkaar kunnen versterken en echt bijdragen aan verduurzaming. Ook wanneer politiek, praktijk, beleid en deskundigen van mening verschillen, is het belangrijk om niet te blijven steken in welles-nietes-discussies. Binnen het Fieldlab mogen meningen geuit worden, maar daarna laten we de inhoudelijke resultaten spreken. Waar de meningen verschillen, onderzoeken en delen we praktijkervaring om verschillen te verklaren en gezamenlijk verder te komen. Zo creëren we begrip, leren we van elkaar en komen we tot oplossingen die gedragen worden. Voor Fieldlab Groene Hart is dat een belangrijk uitgangspunt.

Leren door doen
Het leren in de praktijk doen we op 120 bedrijven, verdeeld over zes ontwikkelrichtingen en rekening houdend met de ligging van de bedrijven. In studiegroepen van zes tot tien bedrijven wordt zo kennis ontwikkeld en gedeeld. We monitoren op acht doelen aan de hand van vijftien indicatoren (KPI’s), waarbij er uiteraard bijzondere aandacht uitgaat naar de ammoniakemissies op bedrijfsniveau (stal, opslag, veld). In de 10 tot 15% best geschikte stallen voor metingen wordt aanvullend intensief gemeten om de modellen, waarmee gerekend wordt aan bedrijfsemissie, te kunnen verbeteren. De monitoring- en meetresultaten worden elk kwartaal in de studiegroepen besproken. Daarnaast organiseren we (half)jaarlijks kennisbijeenkomsten voor boeren, kennispartners en beleidsmakers.

De kracht van kringlopen
Een belangrijke oplossingsrichting ligt in het beter benutten van alle nuttige stoffen, ook wel het zoveel mogelijk sluiten van kringlopen genoemd. Dat begint op het niveau van bodem, gewas, dier en mest. Vervolgens kijken we ook naar de uitwisseling tussen bedrijven en regio’s. Een gezonde bodem vormt daarbij de basis. Het benutten van reststromen, het gebruik van compost en groenbemesters, het gericht inzetten van dierlijke mest en het stimuleren van het bodemleven dragen bij aan een grotere natuurlijke vruchtbaarheid van de bodem. En voor de toekomst: ook het terugwinnen van nutriënten uit menselijke reststromen draagt bij aan het sluiten van kringlopen. In deze ontwikkeling is ook een belangrijke rol weggelegd voor technologie en data. Met precisielandbouw kunnen meststoffen bijvoorbeeld zo gericht mogelijk worden ingezet. Zo kunnen natuurkundige, biologische en ecologische principes worden gecombineerd met nieuwe technieken.

Niet één oplossing voor alle boeren
De transitie naar een duurzamere landbouw kent geen blauwdruk. Bedrijven verschillen in grondsoort, omvang, bedrijfsvoering en omgeving. Wat op het ene bedrijf werkt, werkt niet automatisch op een ander bedrijf. Ook de begrippen ‘intensief’ en ‘extensief’ vertellen niet het hele verhaal. Belangrijker is hoe een bedrijf omgaat met grondstoffen en hoe goed de verschillende onderdelen van het bedrijf binnen de kringloop op elkaar aansluiten. Dat betekent dat verschillende bedrijfsstrategieën naast elkaar zullen bestaan, die bijdragen aan een landbouw die de beschikbare grondstoffen zo goed mogelijk benut en de emissies verder terugbrengt. Binnen het Fieldlab onderscheiden we zes ontwikkelrichtingen, elk met eigen kwaliteiten die iets toevoegen aan het geheel.

Van opgave naar perspectief
Verduurzaming vraagt om realisme als het gaat om snelheid en investeringen. Grote veranderingen op korte termijn kunnen vanzelfsprekend niet volledig door individuele ondernemers worden betaald. In het Fieldlab Groene Hart richten we ons daarom niet alleen op verduurzamingsmaatregelen, maar ook op nieuwe verdienmodellen en ondersteunend beleid om ruimte te creëren voor experiment, innovatie en het ontwikkelen van oplossingen die in de praktijk werken. Dat vraagt om veel afstemming, niet alleen tussen boeren, wetenschappers en overheden, maar ook met andere partijen die direct of indirect in het gebied investeren. Het Groene Hart is daarvoor een kansrijke omgeving. De samenhang tussen landschap, natuur, water, landbouw en economie maakt het gebied complex, maar biedt ook kansen om nieuwe verbindingen te leggen en verschillende belangen bij elkaar te brengen. Die nieuwe verbindingen leiden tot nieuwe ideeën en uiteindelijk tot transities.

Samen werken aan wat wél kan
De transitie naar een emissiearme en circulaire landbouw is een grote opgave. Maar het is ook een kans om anders naar landbouw te kijken. Van landbouw als probleem naar landbouw als onderdeel van de oplossing. Van ‘wat kan niet?’ naar ‘wat werkt?’ Dat vraagt om kennis, praktijkervaring en ruimte om te leren. Fieldlab Groene Hart draagt bij aan die beweging door partijen bij elkaar te brengen en samen te onderzoeken welke oplossingen bijdragen aan een toekomstbestendige landbouw in het Groene Hart.

Paul Rijken

Foto © Fieldlab Groene Hart – Mestkraker