Waterbeheer in het Groene Hart: een balanceeract

      Reacties uitgeschakeld voor Waterbeheer in het Groene Hart: een balanceeract

Natte landbouw is niet dé oplossing voor het hele veenweidegebied. Vernatting vermindert de oxidatie van veen en daarmee de CO₂-uitstoot, maar kan tegelijkertijd leiden tot meer methaanuitstoot en lachgas. Effecten op biodiversiteit en waterkwaliteit verschillen eveneens per situatie. Op sommige plekken kan melkveehouderij bij een aangepast peil mogelijk blijven. Elders ligt extensivering in combinatie met agrarisch natuurbeheer en weidevogels meer voor de hand. Op zeer natte delen kunnen natte teelten interessant worden en op andere plekken is natuurontwikkeling de logische keuze.

Balanceren tussen bodemdaling, broeikasgassen en waterkwaliteit
Op de diepste veengronden is doorgaan met steeds verder ontwateren geen houdbare route. Maar daaruit volgt niet dat daar geen landbouwtoekomst meer is. Er kan een ander veenweidebedrijf ontstaan dat met hogere waterstanden kan functioneren met voldoende grond, minder druk per hectare en inkomsten uit voedselproductie én uit prestaties voor water, klimaat, natuur en landschap. Misschien blijft melkvee er de basis. Misschien komen er natte teelten bij. Misschien worden de natste percelen anders gebruikt dan de drogere delen van hetzelfde bedrijf. Misschien wisselt dat ook afhankelijk van de droogte in een jaar.

Op klei-op-veen kan de ruimte voor grondgebonden melkveehouderij groter blijven. Op rivierklei en andere draagkrachtige gronden kan voedselproductie nadrukkelijk centraal staan. Ook droogmakerijen bieden weer andere mogelijkheden, zolang het toekomstige watersysteem die kan dragen. Bodem en water sturend betekent dus niet overal minder landbouw. Het betekent juist die landbouw ontwikkelen waar en in de vorm waarin zij duurzaam kan functioneren. Landbouw en natuur hebben elkaar nodig. Leggen we de natuurkaart over het Groene Hart heen, dan wordt het toekomstbeeld nog rijker.

Onze kennis van de effecten van verhoging van waterstanden op broeikasgassen en waterkwaliteit is toegenomen met een onderzoek in het STOWA-programma Veen en Water. Onlangs verscheen hierover een onderzoeksrapport. Op 15 september vond er een webinar plaats waarin de conclusies werden toegelicht.

Het rapport laat zien dat vernatting zowel positieve als negatieve effecten voor de waterkwaliteit kan hebben. Hogere grondwaterstanden remmen de afgifte van CO2 en kunnen op termijn bijdragen aan minder uitspoeling van nitraat en sulfaat. Dat kan gunstig zijn voor de waterkwaliteit. Tegelijkertijd kunnen op korte termijn risico’s ontstaan, zoals extra groei en uitspoeling van voedingsstoffen, oevererosie en slibaanwas in de watergang. Ook de kwaliteit en hoeveelheid van inlaatwater om tot vernatting te komen, kan een rol spelen. Een belangrijke conclusie is dat vernatting vraagt om een goede analyse van de uitgangssituatie en om aangepast beheer van perceelranden, oevers, sloten en waterbodems.

Download het onderzoeksrapport | Kijk het webinar terug

Foto © Albertine de Jong