Wie een boer vraagt om extensiever te werken, vraagt vaak om meer grond. Minder dieren per hectare, meer ruimte voor weidevogels, hogere waterstanden en minder druk op bodem en natuur zijn moeilijk te combineren met een hoge grondprijs die uit maximale productie moet worden terugverdiend. Daarmee wordt grond een cruciale factor in de landbouwtransitie. Zeker nu de komende jaren bedrijven stoppen en grond van eigenaar of gebruiker wisselt. De vraag is niet alleen wie die grond koopt, maar ook wat we ermee mogelijk willen maken. Wie krijgt straks de grond van het Groene Hart? En waarvoor gebruiken we die? Want grond is de sleutel voor verandering.
Grond als gebiedspuzzel
Niet iedere hectare heeft dezelfde betekenis. Grond naast de huiskavel kan essentieel zijn voor beweiding. Een perceel midden in belangrijk weidevogelgebied heeft andere mogelijkheden dan grond aan de rand van een stad. Rond natuurgebieden kan landbouwgrond een overgangszone vormen en in delen van het veenweidegebied bepaalt het toekomstige waterpeil steeds sterker welk gebruik mogelijk blijft. Juist daarom biedt grond die vrijkomt bij stoppende bedrijven kansen. Stel dat in een gebied drie boeren stoppen en twee verder willen. De ene heeft extra hectares nodig om te extensiveren, de andere heeft versnipperde percelen. Tegelijkertijd is grond nodig voor weidevogels, natuurverbindingen of water. Dan hoeft de vraag niet alleen te zijn wie voor ieder perceel het meeste betaalt. Met aankoop, pacht en kavelruil kan ook worden gezocht naar een nieuwe verdeling waarmee blijvende boerenbedrijven sterker worden én natuur en water vooruitgaan.
Drie provincies, drie benaderingen
Dat klinkt misschien als een nieuw model. Maar delen ervan worden al toegepast. Ook binnen het Groene Hart. Drie provincies, drie benaderingen. Het Groene Hart ligt in Zuid-Holland, Utrecht en Noord-Holland. Alle drie beschikken over grondinstrumenten, maar gebruiken die verschillend. Zuid-Holland heeft een provinciale grondbank. Daarmee kan de provincie strategisch grond verwerven voordat precies duidelijk is hoe een gebied uiteindelijk wordt ingericht. Grond kan tijdelijk worden beheerd en later worden verkocht, geruild of op een andere manier worden ingezet. Dat geeft de mogelijkheid om toe te slaan wanneer op een strategische plek grond beschikbaar komt. De praktijk laat tegelijkertijd een kwetsbaarheid zien. Een grondbank heeft alleen echte slagkracht wanneer er langdurig geld beschikbaar is om grond te kunnen kopen en vasthouden. Utrecht laat vooral zien wat er vervolgens met grond kan gebeuren. In Kamerik-Harmelen werd vrijwillige kavelruil ingezet om de landbouwstructuur te verbeteren en tegelijkertijd doelen voor natuur, water en bodemdaling dichterbij te brengen. De provincie bracht 93 hectare grond in en agrariërs ongeveer 183 hectare. LTO Noord, agrarisch collectief Rijn, Vecht en Venen, gemeente, waterschap en provincie werkten samen aan de gebiedspuzzel. Huiskavels konden worden vergroot en tegelijkertijd ontstonden afspraken over onder meer waterinfiltratie en extra agrarisch natuurbeheer. Het interessante is niet alleen dát er grond werd geruild. De provinciale grondpositie maakte beweging mogelijk tussen verschillende belangen. Grond werd een smeermiddel voor gebiedsontwikkeling.
Noord-Holland heeft weer een andere uitgangspositie. De provincie bezit ongeveer 2.500 hectare natuur- en landbouwgrond. Grond die tijdelijk niet nodig is voor een provinciaal doel wordt verpacht, waarbij voorwaarden kunnen worden gesteld aan duurzame landbouw, natuur, biodiversiteit en water. Daarmee laat Noord-Holland zien wat een publieke grondpositie nog meer kan betekenen. De overheid hoeft grond niet altijd weer te verkopen, maar kan via het gebruik ervan langduriger sturen op maatschappelijke doelen. Geen van deze drie benaderingen is op zichzelf de oplossing. Maar samen bevatten ze opvallend veel van wat nodig is.
Grond beschikbaar houden voor natuurinclusieve landbouw
Brabant voegt nog iets toe en gaat op één punt verder. Daar wordt grond expliciet ingezet om natuurinclusieve landbouw financieel mogelijk te maken. De provincie kan grond verwerven en die langdurig via erfpacht beschikbaar stellen aan boeren die aan voorwaarden voldoen.
Dat raakt aan een fundamenteel probleem. Een hectare die extensiever wordt gebruikt kan maatschappelijk méér gaan leveren – biodiversiteit, water, bodemkwaliteit en landschap – maar agrarisch minder productie opleveren. Wanneer de boer daarvoor tegelijkertijd de volledige grondwaarde moet financieren, wordt de rekensom moeilijk, zo niet onmogelijk. Door grond langdurig beschikbaar te stellen kan een deel van die kapitaallast bij de boer worden weggehaald. De Brabantse regeling wordt daadwerkelijk gebruikt. De provincie heeft inmiddels meerdere aanvragen afgerond en heeft voorgesteld extra budget beschikbaar te stellen voor voortzetting. Daarmee ontstaat naast aankoop en kavelruil nog een derde mogelijkheid: grond langdurig beschikbaar houden voor het soort landbouw dat we in een gebied willen behouden.
Ook buiten de overheid ontstaan andere manieren om landbouwgrond beschikbaar te houden en boeren te ondersteunen bij de omslag naar een ander landbouwmodel. Burgercoöperatie Land van Ons koopt met geld van deelnemers landbouwgrond en verpacht die aan boeren die werken aan herstel van biodiversiteit en landschap. Bij Herenboeren organiseren burgers zich rond een gezamenlijke boerderij en zoeken zij grond die daarvoor langdurig beschikbaar kan worden gesteld. Wij.land werkt vanuit een andere rol: het ondersteunt boeren en gebiedspartijen bij de omslag naar een regeneratief en toekomstbestendig landbouwsysteem en helpt daarbij ook om nieuwe samenwerkingen en financieringsvormen mogelijk te maken. Samen laten zulke initiatieven zien dat niet alleen provincies, maar ook burgers en maatschappelijke organisaties een rol kunnen spelen bij de vraag hoe grond, financiering en ondernemerschap bij elkaar worden gebracht.
Het beste van vier provincies
Voor het Groene Hart hoeven we dus niet één van deze modellen te kiezen. Een grondbank kan grond aankopen wanneer die beschikbaar komt. Kavelruil kan ervoor zorgen dat die grond uiteindelijk op een betere plek terechtkomt. Publiek grondbezit maakt het mogelijk voorwaarden aan het gebruik te stellen. Langjarige pacht of erfpacht kan een boer zekerheid geven zonder dat hij de volledige grondwaarde hoeft te financieren.
Juist de combinatie kan krachtig zijn. Koop dus strategische grond wanneer die beschikbaar komt. Gebruik die grond vervolgens om gebiedspuzzels te leggen en bedrijven beter te verkavelen. En wanneer grond structureel nodig is voor extensieve of natuurinclusieve landbouw, verkoop die dan niet automatisch weer, maar houd langdurige pacht of erfpacht als mogelijkheid open. Zo kan grond van een stoppend bedrijf verschillende functies krijgen. Een deel helpt een buurman extensiveren. Met een ander perceel kan een huiskavel worden vergroot. Een strategisch gelegen perceel kan worden ingezet voor natuur of water. En grond kan langdurig beschikbaar blijven voor een jonge boer die niet in staat is tientallen hectares tegen marktwaarde te kopen. Zo komen wij tot één grondstrategie voor het Groene Hart.
Eén grondstrategie voor het Groene Hart
Want hoewel Zuid-Holland, Utrecht en Noord-Holland ieder instrumenten hebben, bestaat er geen gezamenlijke grondstrategie voor het gehele Groene Hart. Terwijl de grondpuzzel zich weinig aantrekt van provinciegrenzen. Een grondtafel voor het Groene Hart kan daarom interessant zijn. Geen nieuwe organisatie die gaat bepalen wie welke hectare krijgt en ook geen vierde grondbank naast de bestaande provinciale instrumenten. Wel een structurele samenwerking waarin provincies, landbouworganisaties en agrarische collectieven, natuurorganisaties en waterschappen vooruitkijken naar de grond die in beweging komt. |
aar stoppen bedrijven? Waar heeft een blijvende boer extra grond nodig om te extensiveren? Waar kan een huiskavel worden vergroot? Welke percelen zijn cruciaal voor weidevogels? Waar is ruimte nodig voor natuur of water? Welke grond kan als ruilgrond dienen? En waar kan langjarige pacht juist een nieuwe generatie boeren toegang geven? Vervolgens hoeven we geen compleet nieuw systeem op te tuigen. Zuid-Holland kan zijn grondinstrumentarium inzetten, Utrecht zijn ervaring met kavelruil, Noord-Holland zijn publieke grondpositie en pachtpraktijk. De provincies kunnen transacties blijven uitvoeren, maar de strategie erachter wordt gezamenlijk.
Landbouw en natuur aan dezelfde tafel
We brengen daarnaast landbouw en natuur aan dezelfde tafel. Dat voorkomt dat landbouw en natuur vooral concurrenten op de grondmarkt worden. Landbouw heeft grond nodig om te extensiveren. Natuur heeft ruimte nodig voor herstel en verbinding. Water vraagt ruimte en daarnaast zijn er claims vanuit woningbouw, infrastructuur en energie. Wanneer iedere partij afzonderlijk hectares probeert veilig te stellen, wordt schaarse grond alleen maar schaarser.
Maar de belangen hoeven niet altijd tegenover elkaar te staan. Een groter en beter verkaveld melkveebedrijf kan extensiever worden. Weidevogelgebieden hebben agrarisch beheer nodig. Rond natuurgebieden kunnen boeren overgangszones beheren. Hogere waterstanden kunnen natuur- en klimaatdoelen dienen wanneer er een boerenbedrijf bij past dat onder die omstandigheden kan functioneren. Het interessante is niet of een hectare uiteindelijk voor landbouw óf natuur wordt gebruikt. Belangrijker is: wat moet die hectare bijdragen aan het gebied, welk beheer hoort daarbij en welke boer of beheerder kan dat langdurig uitvoeren?
Grondbeleid wordt landbouw én natuurbeleid
Daar zit uiteindelijk de grotere betekenis van dit verhaal. We kunnen nieuwe verdienmodellen ontwikkelen, boeren vragen te extensiveren en betalen voor natuur, water en landschap. Maar wanneer de grond die daarvoor nodig is onbereikbaar blijft, kan een deel van die transitie nooit plaatsvinden. Het goede nieuws is dat we niet vanaf nul hoeven te beginnen. De bouwstenen zijn er al. Zuid-Holland heeft ervaring met een grondbank, Utrecht laat zien hoe grond via kavelruil verschillende doelen tegelijk kan dienen, Noord-Holland beschikt over een grote publieke grondpositie en Brabant laat zien hoe langdurige grondconstructies natuurinclusieve bedrijven kunnen ondersteunen. De volgende stap hoeft daarom niet nóg een grondbank te zijn. Veel interessanter is om het beste van die systemen te verbinden in één grondstrategie voor het gehele Groene Hart, ontwikkeld met boeren, natuurorganisaties en waterschappen en uitgevoerd met de instrumenten die de drie provincies al hebben. Want de grond onder het Groene Hart is niet alleen de plek waar de landbouwtransitie moet plaatsvinden. Maar het kan ook het instrument zijn waarmee we die transitie mogelijk maken.
Foto © Ivo Hofstede IHDesign – Krimpenerwaard_polder Beneden-Haastrecht
