Ik moet iets bekennen. Iets waarmee ik veel inwoners van het Groene Hart direct in de gordijnen jaag… ik ben lid van de corporatie “De Windvogel” en vind dat er snel meer ruimte moet komen voor wind op land.
Jaja, ook voor grote windmolens, zolang die maar voor het grootste gedeelte eigendom zijn van een lokale corporatie, zodat de revenuen lokaal ingezet kunnen worden: voor dorpshuizen, sportvelden, zwembaden, jeugdzorg etc.
Provocerend heb ik in mijn gemeente, de gemeente Molenlanden, wel eens voorgesteld om bij elk van de dertien kernen één molen neer te zetten om daarmee gelijk allerlei maatschappelijke activiteiten te bekostigen. Op een veel hoger niveau dan de gemeente zelf ooit zou kunnen betalen. Het verhogen van de OZB is immers een nog groter taboe dan het neerzetten van windmolens.
En ja, ik weet dat die windmolens door heel veel mensen lelijk gevonden worden.
Maar dan even een anekdote. Toen ik in 2015 gedurende drie zaterdagen in de gemeente Utrecht het proces begeleidde waarbij de gemeente samen met 150 willekeurig gekozen inwoners een energieplan opstelde, mocht niemand over windmolens beginnen. Dat was in Utrecht een absoluut politiek taboe. De lokale politiek likte nog de wonden van een mislukte poging om er ergens een paar neer te zetten.
De bijeenkomsten vonden plaats op de 15e verdieping van het stadskantoor. Met helder weer zag ik daarvandaan de rokende schoorstenen van dik vijf fossiele elektriciteitscentrales. Windmolens zag ik amper…
Maar ja, daar mocht niemand over beginnen.
Tegen het slopen van de twee schoorstenen van de centrale op Lage Weijde is overigens later met succes bezwaar gemaakt, omdat dat zulke kenmerkende elementen aan de horizon zouden zijn. Eentje is er daarom behouden. Horizonvervuiling is kennelijk een rekbaar begrip.
Natuurlijk, een windmolen veroorzaakt overlast. Je moet ze daar neerzetten waar ze het minste overlast veroorzaken.
De voordelen zijn in mijn ogen echter vele malen groter dan deze nadelen, zeker nu de energiekosten blijven stijgen en het klimaat schreeuwt om het veel sneller terugdringen van de CO2 uitstoot.
Zoals de schoorstenen van de fossiele centrales het noodzakelijke kwaad waren van de naoorlogse jaren, zijn dat nu de windmolens.
Laten we ophouden daar automatisch tegen te zijn, maar kijken hoe we ze zo neer kunnen zetten dat de lokale gemeenschap ervan profiteert, de nadelen zo klein mogelijk zijn en we tegelijkertijd kwaliteit aan het landschap toe te voegen. Want dat kan echt, als je maar wilt.
Eric Spaans,
Bestuur Stichting Groene Hart
Zoals gebruikelijk zijn reacties welkom via info@groenehart.info.
