Na jaren van plannen, pilots en gebiedsprocessen komt er extra geld beschikbaar waarmee een deel van de omslag in het Groene Hart daadwerkelijk kan worden uitgevoerd. Het Rijk stelt € 123 miljoen beschikbaar voor natuurherstel, verduurzaming van de landbouw en vermindering van de stikstofuitstoot in het gebied. Het Groene Hart is door het Rijk aangewezen als één van de prioritaire gebieden binnen de landelijke aanpak voor landbouw, natuur en stikstof. De provincies Zuid-Holland, Utrecht en Noord-Holland hebben hiervoor gezamenlijk het gebiedsaanbod Groene Hart Plus opgesteld. De ‘Plus’ verwijst naar Laag Holland, het veenweidegebied ten noorden van Amsterdam, dat eveneens onderdeel is van de aanpak. Met Prinsjesdag is bekendgemaakt dat het geld beschikbaar komt voor de uitvoering van dit gebiedsaanbod. Het bedrag maakt deel uit van het bredere pakket van €20 miljard dat het kabinet tot en met 2035 uittrekt voor landbouw, natuur en de stikstofaanpak. Het kabinet wil daarmee natuurherstel versnellen, de stikstofuitstoot verminderen en tegelijkertijd perspectief bieden aan de landbouw.
Meer dan stikstof
De aanpak voor Groene Hart Plus is breder dan alleen het terugdringen van stikstof. In het gebiedsaanbod staat een combinatie van emissiereductie en natuurherstel centraal. Daarbij wordt aangesloten bij bestaande gebiedsprocessen en programma’s. Het aanbod bevat zowel maatregelen die op korte termijn kunnen worden uitgevoerd als een aanzet voor een uitvoeringsprogramma voor de langere termijn. Daarbij spelen ook onderwerpen als waterkwaliteit, bodemdaling en de toekomst van de landbouw een rol. Juist in het Groene Hart hangen deze vraagstukken sterk met elkaar samen. Hogere grondwaterstanden kunnen bijvoorbeeld bijdragen aan het tegengaan van bodemdaling en natuurherstel, maar hebben tegelijkertijd gevolgen voor het agrarisch gebruik van het veenweidegebied. Het kabinet koppelt de investeringen bovendien aan het herstel van de vergunningverlening voor pas-melders. Door kwetsbare natuur te herstellen en emissies terug te dringen moet op termijn weer meer ruimte ontstaan voor in het Groene Hart gewenste ontwikkeling.
Van geld naar verandering
Daarmee raakt Groene Hart Plus aan veel van de mogelijkheden die in deze special voorbij zijn gekomen. Geld alleen maakt de landbouw niet toekomstbestendig, maar kan wel helpen om veranderingen mogelijk te maken die voor een afzonderlijke boer of gebiedspartij moeilijk van de grond komen. Denk aan grond beschikbaar krijgen voor extensivering, langjarige afspraken over natuur- en waterbeheer of de stap van een proef met een nieuwe teelt naar verwerking en afzet. Juist door zulke investeringen met elkaar te verbinden kan een gebiedsproces meer worden dan een verzameling afzonderlijke maatregelen.
Niet alleen verdelen, maar investeren
Nog niet de volledige verdeling van het bedrag over het Groene Hart is bekend. Wel is duidelijk dat € 60 miljoen naar Noord-Holland gaat, waar het geld wordt ingezet voor kwetsbare natuurgebieden. Daarmee resteert € 63 miljoen binnen het totale gebiedsbudget, maar hoe dit precies over Utrecht en Zuid-Holland en over verschillende maatregelen wordt verdeeld, moet nog verder worden uitgewerkt. De komende periode wordt daarom belangrijk. Niet alleen de omvang van de investering telt, maar vooral welke maatregelen ermee worden uitgevoerd en hoe natuur, water, landbouw en landschap daarbij in samenhang worden aangepakt. Voor het Groene Hart biedt de rijksbijdrage in ieder geval een belangrijke kans om plannen die al langer op tafel liggen daadwerkelijk in uitvoering te brengen. Het gebied kent grote opgaven voor natuur, weidevogels, waterkwaliteit, bodemdaling en een toekomstbestendige landbouw. De €123 miljoen kan een stevige impuls geven om op die terreinen concrete stappen te zetten.
De echte maatstaf is daarom niet hoeveel projecten met het geld worden gefinancierd, maar wat er over tien of vijftien jaar door veranderd is. Zijn boeren beter in staat hun bedrijf aan te passen aan bodem en water? Is er grond beschikbaar gekomen voor bedrijven die extensiever willen werken? Zijn maatschappelijke prestaties een betrouwbaarder onderdeel van het verdienmodel geworden? En zijn nieuwe teelten en andere innovaties verder gekomen dan het proefveld doordat ook verwerking en afzet zijn ontwikkeld?
€123 miljoen is daarvoor geen eindoplossing. De opgaven in het Groene Hart zijn groter en lopen langer door. Maar de investering kan wel helpen om de stap te maken van experimenteren en plannen maken naar structurele verandering. Uiteindelijk gaat het erom dat we over tien of vijftien jaar in het Groene Hart kunnen aanwijzen wat dankzij deze investering daadwerkelijk in beweging is gekomen.
Foto © Bouke ten Cate, CC BY-SA 4.0t
