Een boer met natte voeten melkt minder liters. Dat is een eenvoudige rekensom. Hogere waterstanden zijn nodig om bodemdaling te remmen, maar zitten het boerenbedrijf behoorlijk in de weg. De echte vraag is daarom niet óf het veen natter moet, maar hoe boeren daar ook in de toekomst aan kunnen verdienen. Al duizend jaar ontwateren we het veen en dat heeft Nederland grote landbouwkundige voordelen gebracht. Het heeft ook geleid tot een instabiel watersysteem en snellere bodemdaling: droog veen oxideert en verdwijnt als CO₂ de lucht in, jaar na jaar een paar millimeter. Op een agrarisch bedrijf komen bodemdaling, water, natuur en klimaat tegelijk samen.
In het Groene Hart werken boeren al decennia met een hoger slootpeil dan elders, zo’n –50 tot –60 cm onder maaiveld. Er ligt nu een doel van -20 tot -40 cm in het midden van het perceel, en dat verschilt per peilvak. Voor boeren is dit een grote stap. Zonder infiltratiesysteem is zo’n peil in de praktijk niet te halen. Waterinfiltratie, passief of actief, is een voorwaarde en vraagt investeringen en zekerheid op lange termijn. Vernatten remt oxidatie en daarmee bodemdaling. Het raakt ook het verdienmodel: minder bewerkingsdagen, hogere kosten, minder melk en dus minder opbrengsten.
De afgelopen jaren zijn er kansrijke richtingen verkend. Natte teelten als lisdodde, riet en veenmos passen bij hogere waterstanden, maar de keten is er nog niet. Weidevogelbeheer (plasdras) laat zien dat beloning kan werken, mits die structureel en voorspelbaar is. Geen van deze richtingen is dé oplossing. Het Veenweiden Innovatiecentrum (VIC) werkt aan nieuwe bedrijfsconcepten voor de veenweidengebieden. Sinds 2023 testen koplopers welke maatregelen perspectief bieden en wat ze vragen van boeren en gebiedspartners. Het VIC kijkt landelijk: dezelfde vragen spelen in het hele Nederlandse veenweidegebied, zo’n 200.000 hectare. Op 20 tot 30 procent daarvan kan dezelfde boer meer leveren dan melk. Denk aan water vasthouden, koolstof vastleggen, biodiversiteit en kleinschalig wonen op het erf.
Verdienvermogen voor veenweideboeren
Zo ontstaat een gebied waarin boeren het landschap beheren en ook werken aan maatschappelijke opgaven, zoals klimaat, waterkwaliteit, natuur en leefbaarheid. Daarvoor is één stap nodig: van vergoeden naar betalen. Nu krijgt de boer terug wat hij/zij misloopt. Straks wordt een prijs betaald voor wat er wordt geleverd, met een contract van tien tot twintig jaar. Dat levert marktkansen op voor de BV Nederland en een echt verdienvermogen voor boeren.
Bodemdaling in veenweidegebieden vraagt om keuzes in samenhang, per gebied en over sectoren heen. Dat lukt alleen als drie partijen bewegen, in deze volgorde: Overheid en waterschap moeten juridische ruimte geven: een eigen plek voor veenweiden in het omgevingsplan en prestatiecontracten. De markt moet bereid zijn te betalen voor een maatschappelijke dienst en ketens opbouwen voor nieuwe producten. Dan ligt er voor boeren een aanbod: blijven investeren in ondernemerschap en rentmeesterschap, met de zekerheid dat het loont. De tijd dringt. Samenwerking van overheid, markt en boeren is nodig om het meervoudige antwoord mogelijk te maken. Het veenweidegebied in het Groene Hart kan meer leveren dan voedsel alleen en er staan ondernemers op die het kunnen. De vraag is of Nederland de boeren daarvoor gaat betalen.
Lian Bakx
Foto © KTC Zegveld veenweiden als kansgebied
